|
In het tekeningenkabinet worden ook meer dan 6000 werken op papier
uit de 19de en 20ste eeuw bewaard. Men vindt er werk van Belgische
kunstenaars en enkele grote namen uit buitenlandse, voornamelijk
Franse scholen.
Uit de 19de eeuw zijn er bijvoorbeeld voortreffelijke romantische
werken van Louis Gallait, honderden realistische schetsen, blocnotevellen,
prachtige pastellen en aquarellen van Constantin Meunier, grootse
symbolistische werken van Xavier Mellery, Fernand Khnopff (Een
verlaten stad) en Jean Delville of nog opmerkelijke composities
van James Ensor. Bij de buitenlandse scholen onderscheiden zich
Jean-Auguste-Dominique Ingres, Jean-Fran¨ois Millet, Odilon Redon
(Christus) en Vincent Van Gogh (Zeegezicht
te Saintes-Maries-de-la-Mer). In de overgang van symbolisme
naar expressionisme neemt Léon Spilliaert, na James Ensor,
een belangrijke plaats in.
In de loop van de 20ste eeuw zullen de kunstenaars steeds meer
waardering opbrengen voor werken op papier. Dit is onder meer het
geval bij de beeldhouwer George Minne, de schilders Constant Permeke
en Frits Van den Berghe of de veelzijdige Rik Wouters. Uit de eerste
generatie abstracten blijven Joseph Peeters, Paul Joostens of Félix
de Boeck bij. Tegelijkertijd is het Belgische surrealisme flink
vertegenwoordigd in de collectie, met tekeningen en gouaches van
René Magritte, collages van E.L.T. Mesens, een belangrijk
ensemble van Armand Simon en droombeelden van Paul Delvaux.
De tweede abstracte generatie, waarmee de tweede helft van die
eeuw begint, is vertegenwoordigd met onder meer Gaston Bertrand,
Jules Lismonde en Jo Delahaut. De Cobrabeweging komt ruim aan bod
met Christian Dotremont en vooral de uitgebreide verzameling die
geschonken werd door Pierre Alechinsky (Opengevouwen
krant). Henri Michaux op zijn beurt zoekt naar de verhouding
tussen literatuur en teken. Onder de buitenlandse namen bevinden
zich Paul Klee, Marc Chagall, Pablo Picasso, Mark Tobey, Cy Twombly,
David Tremlett en Giuseppe Penone.
|