|
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Belgi‘
zijn twee eeuwen oud. |
![]() |
|||||||
|
1794 : Talrijke kunstwerken worden door de revolutionairen in beslag genomen en samengebracht in depots of verzonden naar Parijs. 1798 : Guillaume Bosschaert wordt aangewezen als conservator van de kunstwerken die bijeengebracht zijn in het voormalige paleis van Karel van Lotharingen (Oude Hof). Hij spant zich in om andere in beslag genomen werken te recupereren. 1801 : Met deze verzameling richt Eerste Consul Bonaparte het Museum van het Dijledepartement op. In de loop van de volgende jaren zal Parijs er belangrijke werken naar overbrengen. 1803 : Opening van dit museum en publicatie van de eerste catalogus. 1811 : De Stad Brussel wordt eigenaar van het museum. |
||||||||
| Koning Willem I breidt de collecties uit en vergroot het gebouw van het Oude Hof, waar het museum zich bevindt. | ||||||||
|
1835 : Bij besluit richt koning Leopold I in Brussel een nationaal museum op, gewijd aan de Belgische kunstenaars. 1842 : Het museum, nog steeds eigendom van de Stad Brussel, wordt overgedragen aan de Belgische Staat. 1845 : Oprichting van een afdeling voor moderne Belgische kunst. 1846 : Verschijning van de eerste statuten van het Musée royal de peinture et de sculpture de Belgique in Brussel. 1863 : Uitgave van de catalogus van Edouard Fétis, die 361 nummers telt. 1868 : Het Antoine Wiertzmuseum wordt aan de instelling toegevoegd. 1887 : De collecties oude kunst en beeldhouwkunst verhuizen van het Oude Hof naar een nieuw gebouw er vlakbij, ontworpen door Alphonse Balat. De collecties moderne kunst blijven in het Oude Hof, waar verschillende groepen (onder meer Les XX en La Libre Esthétique) talloze tentoonstellingen blijven organiseren. 1907 : Oprichting van de vereniging van de Vrienden van het museum. 1911 : Eerste kubistische tentoonstelling buiten Frankrijk in het Museum voor Moderne Kunst (met een inleiding van Apollinaire). 1914 : De collectie de Grez (4250 tekeningen, een van de belangrijkste in België) wordt geschonken aan het Tekeningenkabinet. 1919 : Naamsverandering : Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van België. Vorming van het eerste wetenschappelijk kader onder leiding van een hoofdconservator. 1927 : Nieuwe en definitieve benaming : Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Grote Van Gogh-tentoonstelling. 1952 : Publicatie van het eerste wetenschappelijke "Bulletin". 1959 : Het Museum voor Moderne Kunst verlaat het Oude Hof. Van 1962 tot 1974 zal het slechts over enge tentoonstellingslokalen aan het Koningsplein beschikken.
|
||||||||
|
||||||||