sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture
sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture sculpture
 
 

De baroksculptuur is op schitterende wijze vertegenwoordigd en vormt voor de ware kenners een der aantrekkingspolen van het museum. De unieke collectie terracotta ontwerpen uit de 17de en 18de eeuw zijn van de hand van talrijke kunstenaars, allen geboren en gevormd in de vroegere Zuidelijke Nederlanden. Hun maquettes horen hoofdzakelijk thuis in de late barok en worden gekenmerkt door een soms theatrale vormgeving, waarbij het lichtspel het picturale effect benadrukt. Hierdoor verkrijgen deze kleien beeldjes een ongemene levendigheid. Om slechts enkelen van de meest belangrijken te noemen : Artus Quellinus de Oude (De heilige Petrus), Lucas Faydherbe (Bliksemende Jupiter), Jan Peter van Baurscheit de Oude (De ontvoering van Proserpina), maar ook Laurent Delvaux en Gabriel Grupello. Onder de uitgeweken Vlaamse kunstenaars verdient ook de leerling van Michiel van der Voort, Michael Rysbrack (John Willett), een speciale vermelding. De man maakte carrière in Londen en zou een beslissende invloed hebben op de Angelsaksische beeldhouwkunst van de 18de eeuw.

 
De 19de-eeuwse beelden zijn verdeeld over verschillende afdelingen van het museum. Een honderdtal bevindt zich, samen met de schilderijen, in het gebouw dat helemaal gewijd is aan de 19de eeuw en waartoe men zich toegang verschaft via de ingang van het Museum voor Moderne Kunst aan het Koningsplein. Een ander honderdtal, kleine en middelgrote stukken, wordt tentoongesteld in de beeldengalerij. Twintig van de allergrootste werken kregen een plaats in het forum en de aanpalende zalen. Tot slot zijn er nog beelden te bewonderen in het Antoine Wiertzmuseum en in het Constantin Meuniermuseum.
 

In onze gewesten werd de sterk door de Oudheid geïnspireerde neoklassieke beeldhouwkunst vanaf het einde van de 18de eeuw gedomineerd door Gilles-Lambert Godecharle (Jeanne Catherine Godecharle). De jongere Mathieu Kessels en Henri-Joseph Rutxhiel lieten zich opmerken in respectievelijk Rome en Parijs, waar Jean-Louis Van Geel zich tijdens het Concours de Rome van 1811 mat met de Franse beeldhouwer François Rude. Deze laatste leefde van 1815 tot 1827 in vrijwillige ballingschap te Brussel.

 

Pas na de revolutie van 1830 verwierf de Belgische beeldhouwkunst een oorspronkelijk karakter. Guillaume Geefs bevrijdde zich van de academische kluisters en koos ronduit voor het reële. De houdingen, de kledij, de onderwerpen werden nu ontleend aan de alledaagse werkelijkheid. Zijn broer Jozef schreef een van de meest verbluffende kunstwerken van die tijd op zijn naam (De genius van het kwaad). De door de vaderlandse geschiedenis geïnspireerde thema's werden vooral voor standbeelden gebruikt. Er diende gewacht te worden op het gekwelde genie Wiertz om het marmeren beeld meer dynamiek te verlenen.

 

In de tweede helft van de eeuw en onder romantische invloed, voelden de beeldhouwers zich meer en meer aangetrokken tot de natuur en alledaagse onderwerpen. Die wederopleving werd in de hand gewerkt door de Italiaanse Renaissance, die onze beeldhouwers tijdens hun verblijven in Italië wist te bekoren. Deze stroming bereikte haar hoogtepunt met het sociaal-realisme, dat in de beeldhouwkunst vanaf 1884 gedomineerd werd door Constantin Meunier (Rustende puddelaar).

 

In het laatste kwart van de 19de eeuw nam de Belgische beeldhouwkunst een opmerkelijk hoge vlucht. Dit werd bevorderd door overheidsopdrachten, die ook Auguste Rodin naar Brussel brachten. Hij verbleef er van 1871 tot 1877. Onder de kunstenaars die zich onderscheidden, zijn Charles Van der Stappen, Paul De Vigne, Thomas Vinçotte, Julien Dillens, Victor Rousseau en Jef Lambeaux de beroemdsten. Deze laatste hield ervan behoorlijk zinnelijke onderwerpen in een barokke stijl aan te pakken (Het zotte lied). Het symbolisme raakte bij de meeste beelden niet verder dan het oppervlakkige en decoratieve.

 

George Minne vond reeds vroeg inspiratie in een expressief primitivisme dat sterk onder invloed stond van het symbolistische klimaat (De smart of Moeder beweent haar twee kinderen). Hij bewonderde Rodin, van wie het Museum verschillende werken tentoonstelt (Jean d'Aire of De man met de sleutel).

 

De Belgische beeldhouwkunst is ruim vertegenwoordigd in de collecties, van Rik Wouters (Huiselijke zorgen) tot de meer hedendaagse werken van Bernd Lohaus of Didier Vermeiren. De werken van een Oscar Jespers, Henri Puvrez of Constant Permeke zijn doortrokken van het expressionisme, die van een Charles Leplae of George Grard van het animisme. Willy Anthoons, André Willequet, Félix Roulin, Jacques Moeschal wijzen verscheidene nieuwe wegen aan in de abstractie van de jaren vijftig en zestig, terwijl zich tegelijkertijd ook verschillende en originele kunstenaars als Roel D'Haese, Vic Gentils of Pol Bury, een meester van de kinetische kunst (19 kogels op 3 gebogen stalen vlakken), doen gelden. Op internationaal gebied onthouden we enkele grote figuren : Ossip Zadkine, Henri Laurens, Hans Arp, Germaine Richier, Etienne-Martin César, Arman of Christian Boltanski in Frankrijk, Henry Moore, Richard Long of Tony Cragg in Engeland, Anselm Kiefer of Ulrich Rückriem in Duitsland, Marino Marini, Emilio Greco, Arnoldo Pomodoro, Giovanni Anselmo in Italië, Alexander Calder, Louise Nevelson, George Segal (The Hustle : The Four-Hand Pass), Don Judd of Carl André in de USA.

 
 

De beeldentuin werd opengesteld in 1991 en is gelegen langs de westgevel van het Museum voor Oude Kunst . De tuin is dagelijks toegankelijk via de Regentschapsstraat, in de zomer van 6.00 tot 20.00 u, in de winter (van 1 november tot 1 maart) van 8.00 tot 18.00 u. Men kan er o.a. De rivier van Aristide Maillol bewonderen die midden een vijver is opgesteld. Naast dit belangrijke werk worden ook andere beelden voorgesteld door kunstenaars als Emilio Greco, Bernhard Heiliger, Dolf Ledel en Paul Hanrez.